WEEK-END IN LEEUWARDEN

Door: Chris Pillen

 

20 juni 2001

 

In de luwte van drie terpen werd een waard,

een veilig bewaarde plaats, gesticht

gelegen langs een natuurlijke waterloop de Dokkumer Ee.

De kaaien daarvan, vroeger ooit de drukke markt,

zijn nu autoluwe kaden waar het op zaterdag leuk wandelen is

langs oude huisjes en een draaiorgel.

 

Na een glaasje bij klaasje (dank U Klaasje )

gaan we de scheve Oldehove-toren bezoeken.

Wat een massa dure baksteen. Men ziet het beter als de toren on-af is.

Wat moet dat aan de goegemeente gekost hebben?

En met wat smart in het hart zullen onze vroede voorvaderen

dit bouwwerk opgegeven hebben?

Dat scheefzakken schijnt hier wel een lokale sport te zijn

want een heleboel huizen in deze stad vertonen aanleunverschijnselen.

 

Via de Prinsentuin gaan we langs de Waalse kerk van de gereformeerden,

die de Spanjaarden verjoegen,

naar het huis van Mata Hari.

Het antieke snoepwinkeltje is ook een museum, waar we schuilen voor de regen.

Men maakt er reklame voor “heethoofden”, zijnde keramiekkoppen.

Wat kunnen Nederlanders toch spelen met de taal!

Wij stappen daarvoor te snel naar het Frans over.

Bij  Paddy O Ryan  nemen we een opwarmertje en

we gaan kijken naar de trieste Meindert-steen aan de Waag.

De hoogste betonbouw van Friesland, die op dunne zuilen rust,

wijst ons de weg naar de Indo-Chinees.

 

ZONDAGMORGEN

Wat een stilte in die stad op een vroege zondagmorgen.

Enkel fietsers en verdwaalde toeristen.

Op de Eewal (dat zal nog van die Dokkumer Ee zijn)

zijn vrij veel antieke winkeltjes.

Veel Engels in de reklameteksten en storende graffiti.

De zij-steegjes komen groezelig over.

Er is een discriminatie-meldpunt...

Jonge jonge, moeten we nu onze medeburgers aanklagen?

Mij niet gezien!

Er zijn veel brocantewinkeltjes en dat wijst naar toerisme.

En hier en daar ligt een gedichten-steen

 

   Nu weet ik: nergens vind ik vree

   op aarde niet en niet op zee

   pas aan de smalle laatste ree

   van hout in zand (Slauerhoff )

 

DE FRIESE MEREN

De Friese meren moeten een sleepspoor zijn van noordse gletsjers.

Ze bevallen de mens omdat ze grillig zijn en vol verrassingen...

Is men nu aan wal of op het water?

Een zeilboot komt zo langs de huisjes voorbij.

Ze nodigen om verder te gaan, zoals de bochtige straatjes doen van

middeleeuwse steden, zoals ook Leeuwarden.

Tot ginder gaan we nog, daar moet het mooi zijn.

Het Kameleon-dorp Terherne was me totaal onbekend,

bij gebrek aan kleinkinderen

 

Het prinses Margrietkanaal en het Sneekermeer

zijn een paradijs voor kapitaalkrachtige Duitsers.

Het meest opvallend zijn hier de Friese hoeven

met zeer laag neerkomende daken (wat op veel regen wijst)

en met het woongedeelte en de stallen onder één dak.

Zo kan de boer recht uit zijn bed, zonder op een bevroren

neerhof te moeten lopen, in de stal komen bij de koe die moet kalven.

 

Hier maakt Douwe Egberts Drumtabak

en hier en daar moet er een klokkestoel zijn die we voorbijreden.

Sloten is het Friese Tongli

een schatje van een stadje (reeds sinds 1205 )

met terrasjes en een molen, bootjes alom,

klokgeveltjes en een kerk.

We zien de polsstokken liggen voor het “Fierljeppen”.

Niet uit sportiviteit, maar om rapper over de zeven sloten

meteen te geraken tot hun vee,

deed men hier aan polsstokspringen

 

                                         ----