|
Cursus organisatiekunde (3OKU) en beleidskunde (3BKU) deeltijd & voltijd herkansers 3BKU - 2007-2008
|
|
|
Lesnotities organisatiekunde (3OKU) december 2007 (boek van Morgan)
Ter inleiding (n.a.v. vorige les beleidskunde):
Managerialism (managementisme) … omvat een economische opvatting van efficiency, effectiviteit en sturing op resultaten (..), gecombineerd met brede bevoegdheden van het management om normen te veranderen. Deze structuur geeft de manager het vermogen om de macht van andere professionals in de organisatie in te perken en om initiatieven en competenties in de organisatie te centraliseren. Definitie van Taco Brandsen.
Het gaat hier om een vorm van neo-Taylorisme: centrale regulering van werkprocessen van mechanische aard: de manager denkt, de medewerkers voeren uit
De 8 organisatiemetaforen van Gareth Morgan
Organisaties kun je op 8 manieren zien en benaderen, Namelijk als: - machines (h2) - organismen (h3) - hersenen (h4) - culturen (h5) - politieke systemen (h6) - geestelijke gevangenissen (h7) - flux en transformatie (h8) - instrumenten van overheersing (h9)
Metafoor 1: De organisatie als machine (hoofdstuk 2)
Kenmerken hiervan zijn: • Rationeel georganiseerde werkprocessen op basis van arbeidsdeling • Scheiding tussen beleid en uitvoering • Eénhoofdige leiding op de diverse niveaus • Instructies en voorschriften • Duidelijke taken • Meetbaarheid • Herhaalbaarheid en voorspelbaarheid • Discipline • Gedijt in stabiele omgeving
2. De organisatie als organisme (h 3)
Organisatie = met elkaar verbonden subsystemen van strategische, menselijke, technologische, structurele en bestuurlijke aard
Organisaties functioneren als een zich ontwikkelend organisme, afhankelkijk van hun omgeving. Kenmerken en strevingen van zul sorrtvorganisaties::
- Werken in turbulente en concurrerende omgevingen - Aanpassen aan de veranderende omgeving - Behoeften bevredigen - Organiseren met de omgeving voor ogen (stakeholders) - Alles is afhankelijk van alles. - Elementen van organisatie bij elkaar houden (Maslov’s pyramide)
3. De organisatie als hersenen (h 4)
Organisaties als informatiesystemen, communicatiesystemen en beslissingmakende systemen
Decision making approach
De lerende organisatie Twee manieren van leren: - Single loop learning Leren als een cybernetisch systeem: ‘leren te leren’ oftewel simpel reageren op de norm die je wordt opgelegd. - Double loop learning Kritischer naar jezelf kijken en er iets mee doen (zelfreflectie).
Cybernetica gaat uit van zelfregulatie en minimale regels. Eigen verantwoordelijkheid.
4. De organisatie als een cultuur (h 5) Naar Japans voorbeeld. Relatie tussen cultuur en management
Culuur = shared meaning. Je hebt subculturen en organisatieculturen.
Hofstede spreekt over collectieve mentale programmering op basis waarvan de ene groep zich onderscheidt van de andere. Cultuur manifestert zich op drie niveaus: (1) arctefacten (zichtbare rituelen, helden en symbolen), (2) beleden waarden, (3) onderliggedne basisveronderstellingen.
Organisaties als shared reality of ‘enactment’ (werkelijkheidsbepaling). Ze doen aan: ● Construeren van de (organisatorische) werkelijkheid ● Ontwikkelen van patronen van begrijpen ● Constituerend voor gedrag ● Coping met realiteit
- Cultuurverandering - Waarden: oppervlakkig >>diep - Praktijken
Drie soorten organisatieverandering: a. Development: zelfde spel en regels maar in een andere vorm b. Transitie: zelfde spel, andere regels c. Transformatie: het spel en de regels veranderen
|
5. De organisatie als politiek systeem (h 6)
De mate van hiërarchie en democratisch functioneren van organisaties kan variëren:
- Autocratie - absolute macht - Bureaucratie - regels en naleving ervan - Technocratie - (technische) kennis en ervaring - Democratie - Representatief, direct
Er spelen belangen, conflicten en macht.
Men gedraagt zich “strategisch” en doet aan machtsvorming
6. De organisatie als geestelijke gevangenis (h 7)
Freudiaans: Onbewuste gedrags- en beheerspatronen. Machtsverhoudingen Ethiek (normen & waarden) Vele obstakels die vernieuwing en verandering belemmeren
De valkuil van vertrouwde manieren van denken en doen.
Men kan, zonder zich dat te beseffen, in een relatief isolement terechtkomen.
7. De organisatie als flux en transformatie (h 8)
De sleutelworden in deze zienswijze zijn: Ontwikkeling Transformatie Transitie (Als bij de culturele metafoor)
Organisaties worden beschouwd als autopoietische (zeg maar: zelfscheppende) systemen (Autopoiese = de logica van zelfscheppende systemen. Verandering ontstaat van binnenuit, ontspringt niet in de omgeving)
Bedrijven benaderen in de context van een doorgaand interactieproces, zonder begin en zonder eind. Alles hangt met alles samen. Maar het systeem is wel intern gedetermineerd. Het kan alleen zien wat het herkent. Het is gericht op het behoud van zichzelf. Het is niet bereid om af te stappen van eigen waarden en normen. Er wordt in een kleine wereld geleefd die niet open staat voor nieuwe ideeën en of invloeden. En veranderingen worden alleen doorgevoerd wanneer daar echt de noodzaak toe is.
Enactment (vorm van narcisme) organisaties in wisselwerking met de eigen projecties
Chaos en complexiteit Vanwege het zelforganiserend karakter. Regels zijn niet nodig omdat iedereen weet wat hij moet doen.
Circels, geen lijnen
Dialectiek
8. De organisatie als instrument van overheersing (h 9)
Typen van overheersing (Weber): ● charismatische overheersing ● traditionele overheersing ● rationeel-wettige overheersing
Wordt zichtbaar in vormen als: Onderdrukking en uitbuiting Broepsziekten en bedrijfsongevallen Werkverslaving en stress
Morgan besteedt tenslotte apart aandacht aan het gedrag en functioneren van multinationals en hun grote macht en invloed.
----
NIEUWSVoonnnnn
|